Je hoort en leest het steeds vaker dat niet vet, maar suiker het probleem is van overgewicht. Hoe zit dit nu eigenlijk? Het heeft alles te maken met insuline. Dit is het enige hormoon wat direct invloed heeft op de verwerking van glucose. Het is een hulpstof die wordt aangemaakt en vrijgegeven door de alvleesklier op het moment dat er glucose in de bloedbaan komt. Insuline regelt daarmee de hoeveelheid glucose in je bloed en je bloedsuikerspiegel. Wanneer er een defect in je insulinehuishouding ontstaat spreek je over diabetes2. Dus wil je dit hormoon zoveel mogelijk in balans houden. Nieuwsgierig hoe dit nu werkt?

Insuline heeft de volgende taken:
Deze drie taken hebben allemaal met elkaar te maken, energiemanagement, transport en opslag van glucose. Insuline bepaalt dus de vetopslag!
Wanneer je eet worden zetmeel en suikers in je lichaam afgebroken en omgezet in glucose. Deze vorm van suiker (glucose) is geschikt om door het hele lichaam gebruikt te worden om de cellen te voorzien van energie. Op het moment dat er glucose in de bloedbaan komt, krijgt de alvleesklier een seintje en maakt insuline aan. De alvleesklier heeft een ingebouwde bloedsuikerspiegelmeter en weet precies hoeveel insuline er nodig is om de bloedsuikerspiegel in balans te houden. De insuline zorgt vervolgens voor het transport van de glucose naar de cellen en zorgt dat deze de cellen in kan komen. Alles wat er dan nog over is gaat voor opslag naar de lever en spieren. Als er dan nog altijd glucose over is wordt dat opgeslagen als lichaamsvet.
Als je dus te veel glucose in een keer binnen krijgt en deze energie niet meteen verbruikt wordt door bijvoorbeeld sporten, zal het lichaam dus overgaan naar een opslag als vet. Dit is gebeurd vooral in de buikstreek en bovenbenen.
Voor alle vormen van koolhydraten maakt je lichaam dus insuline aan. Dit hoeft geen probleem te zijn behalve als dit structureel te veel is en je lichaam dus veel moet gaan opslaan. Door te vaak en te veel suikers/koolhydraten te eten raakt je bloedsuikerspiegel uit balans. In eerste instantie heeft je lichaam zo hard gewerkt om alle glucose zo snel mogelijk te plaatsen en uit je bloed te halen (piek), waardoor er een te kort aan glucose ontstaat in je bloed (dal). En je dus weer trek krijgt. Je lichaam vraagt weer om suikers, de zogenaamde dip na een maaltijd.
Het nadeel van te veel en te vaak glucose in je bloed is dat je cellen gewend raken aan de insuline en niet goed meer reageren met openen van de deurtjes. Hierdoor geeft je lichaam nog meer insuline af, want de bloedsuikerspiegel moet naar beneden. Een continue insulineproductie verstoort je stofwisseling. Zolang er insuline in je bloed zit stopt het lichaam namelijk met het verbranden van vet. Dat is logisch want het lichaam kan energie halen uit de glucose in je bloed. Wanneer je gewicht wilt verliezen is dit dus precies niet wat je wilt!
Wees je bewust van de effecten van een heftig schommelende bloedsuikerspiegel. De dip die je na een koolhydraatrijke maaltijd ervaart is je lichaam die schreeuwt om suikers. Je hebt dit niet nodig, je lichaam heeft voldoende aan de laatste maaltijd en de reserves! Nu je weet waarom je ineens die behoefte aan suikers kunt ervaren, probeer er dan niet aan toe te geven. Pak in de plaats daarvan een glas water of thee of ga iets anders doen als afleiding en merk op dat het gevoel en de drang naar suikers vanzelf ook weer verdwijnt. Hoe vaker je dit negeert hoe beter het gaat.
Hoe fijn zou het zijn wanneer je ondanks je aandoening weer volop kunt genieten van het leven? Dat je weer nieuwe dromen kunt gaan maken en een betere versie wordt van jezelf?
Voel jij aan alles dat je de regie weer in eigen handen wilt nemen?