Suikers opgeslagen als vet!

Zijn suikers de oorzaak van overgewicht?

Je hoort en leest het steeds vaker dat niet vet, maar suiker het probleem is van overgewicht. Hoe zit dit nu eigenlijk? Het heeft alles te maken met insuline. Dit is het enige hormoon wat direct invloed  heeft op de verwerking van glucose. Het is een hulpstof die wordt aangemaakt en vrijgegeven door de alvleesklier op het moment dat er glucose in de bloedbaan komt. Insuline regelt daarmee de hoeveelheid glucose in je bloed en je bloedsuikerspiegel. Wanneer er een defect in je insulinehuishouding ontstaat spreek je over diabetes2. Dus wil je dit hormoon zoveel mogelijk in balans houden. Nieuwsgierig hoe dit nu werkt?

Blog Suiker

Insuline heeft de volgende taken:

  • Als glucose in de bloedbaan komt zorgt insuline er voor dat glucose zo snel mogelijk vervoert wordt naar de celmembranen en dat de cellen ontvankelijk worden voor de glucose, zogezegd de deurtjes opendoen om de glucose binnen te laten komen.
  • Wanneer alle cellen gevuld zijn met glucose wordt het te veel aan glucose omgezet door insuline in glycogeen en opgeslagen in de lever en in de spieren. Een voorraad energie.
  • Alle glucose die dan nog over is, als de lever en spieren verzadigd zijn, wordt omgezet in lichaamsvet. Een extra reservevoorraad energie voor later.

Deze drie taken hebben allemaal met elkaar te maken, energiemanagement, transport en opslag van glucose. Insuline bepaalt dus de vetopslag!

Zo werkt insuline

Wanneer je eet worden zetmeel en suikers in je lichaam afgebroken en omgezet in glucose. Deze vorm van suiker (glucose) is geschikt om door het hele lichaam gebruikt te worden om de cellen te voorzien van energie. Op het moment dat er glucose in de bloedbaan komt, krijgt de alvleesklier een seintje en maakt insuline aan. De alvleesklier heeft een ingebouwde bloedsuikerspiegelmeter en weet precies hoeveel insuline er nodig is om de bloedsuikerspiegel in balans te houden. De insuline zorgt vervolgens voor het transport van de glucose naar de cellen en zorgt dat deze de cellen in kan komen. Alles wat er dan nog over is gaat voor opslag naar de lever en spieren. Als er dan nog altijd glucose over is wordt dat opgeslagen als lichaamsvet.

Gevolg van een te hoog gehalte aan glucose

Als je dus te veel glucose in een keer binnen krijgt en deze energie niet meteen verbruikt wordt door bijvoorbeeld sporten, zal het lichaam dus overgaan naar een opslag als vet. Dit is gebeurd vooral in de buikstreek en bovenbenen.

Voor alle vormen van koolhydraten maakt je lichaam dus insuline aan. Dit hoeft geen probleem te zijn behalve als dit structureel te veel is en je lichaam dus veel moet gaan opslaan. Door te vaak en te veel suikers/koolhydraten te eten raakt je bloedsuikerspiegel uit balans. In eerste instantie heeft je lichaam zo hard gewerkt om alle glucose zo snel mogelijk te plaatsen en uit je bloed te halen (piek), waardoor er een  te kort aan glucose ontstaat in je bloed (dal). En je dus weer trek krijgt. Je lichaam vraagt weer om suikers, de zogenaamde dip na een maaltijd.

Het nadeel van te veel en te vaak glucose in je bloed is dat je cellen gewend raken aan de insuline en niet goed meer reageren met openen van de deurtjes. Hierdoor geeft je lichaam nog meer insuline af, want de bloedsuikerspiegel moet naar beneden. Een continue insulineproductie verstoort je stofwisseling. Zolang er insuline in je bloed zit stopt het lichaam namelijk met het verbranden van vet. Dat is logisch want het lichaam kan energie halen uit de glucose in je bloed. Wanneer je gewicht wilt verliezen is dit dus precies niet wat je wilt!

Wat kun je nu doen om je insulineproductie in balans te houden?

  • Gebruik complexe koolhydraten, zoals volkoren producten, haver, boekweit, peulvruchten, groenten en fruit in zijn geheel (dus niet geperst, omdat dit veel meer suikers in 1 x zijn, bijvoorbeeld 1 glas geperst sinaasappelsap is sap van 4 sinaasappels) Complexe koolhydraten worden langzaam omgezet in glucose, dus een trage afgifte van glucose aan het bloed, waardoor de bloedsuikerspiegel niet snel stijgt. Dus ook geen hoge pieken en dalen, waardoor je ook langer verzadigd blijft.
  • Probeer niet te vaak te eten. Geef je lichaam rust tussen de maaltijden door om de voeding goed te kunnen verwerken. Wanneer je tussendoor telkens koolhydraten eet of drinkt zoals frisdrank bijvoorbeeld, blijft je alvleesklier insuline aanmaken met als gevolg vetopslag. Eet dan, als je toch iets wilt eten, liever een bron van eiwitten of vet. Zoals bijvoorbeeld een handje noten. Dit zorgt niet of nauwelijks voor een insuline aanmaak. Maar beter is het om geen tussendoortje te nemen.

Wees je bewust van de effecten van een heftig schommelende bloedsuikerspiegel. De dip die je na een koolhydraatrijke maaltijd ervaart is je lichaam die schreeuwt om suikers. Je hebt dit niet nodig, je lichaam heeft voldoende aan de laatste maaltijd en de reserves! Nu je weet waarom je ineens die behoefte aan suikers kunt ervaren, probeer er dan niet aan toe te geven. Pak in de plaats daarvan een glas water of thee of ga iets anders doen als afleiding en merk op dat het gevoel en de drang naar suikers vanzelf ook weer verdwijnt. Hoe vaker je dit negeert hoe beter het gaat.

Geniet weer van het leven

Hoe fijn zou het zijn wanneer je ondanks je aandoening weer volop kunt genieten van het leven? Dat je weer nieuwe dromen kunt gaan maken en een betere versie wordt van jezelf?

Voel jij aan alles dat je de regie weer in eigen handen wilt nemen?